Vingerhelmbloem

Vingerhelmbloem

Latijnse naam
: Corydalis solida

Friese naam: Helmblom

Uiterlijke kenmerken / Kleur: Tengere, 10-25 cm hoge plant met trosjes roodpaarse bloemen. De bloemen hebben een lengte van 1,5-2,5 cm, onder elke daarvan bevindt zich een handvormig ingesneden schutblad. De sierlijke bladen zijn fijn verdeeld. De bloemen bezitten een lange, spitse spoor die iets omhoog is gekromd, waardoor de nectar alleen bereikbaar is voor insecten met een lange tong. De merkwaardig gevormde bloemen worden ook wel Vogeltjes-op-de-tong genoemd en hebben geen kelkbladen; de binnenste kroonbladen zijn aan de top met elkaar vergroeid en vormen een kapje dat de stempel en de helmhokjes omsluit. Het bovenste kroonblad is tot een lange spoor uitgegroeid. Kenmerkend is verder een schede-achtig blad onderaan de stengel. Deze schub bevindt zich aan de voet van het onderste stengelblad, maar steekt in het begin van de bloei vaak nog niet boven de grond uit. De glanzende zwarte zaden worden door mieren verspreid. De plant sterft na de bloei snel af.

Periode van bloei: April



Te vinden bij
: De meeste stinzentuinen in Friesland

Land van herkomst: Centraal- en Zuid-Europa

De voorjaarshelmbloem is een schaduwplant die onder bomen en struiken groeit in parkbossen en tuinen en plaatselijk ook in beschaduwde gazons. Buiten de grenzen van ons land komt de plant voor in een gebied vanaf Midden-Rusland tot in Sicilië en Noordoost-Spanje In Friesland en Groningen is het dus een regionale stinzenplant, omdat het natuurlijke verspreidingsgebied niet ver weg ligt. De bloem komt namelijk in Zuid-Limburg en het oostelijk rivierengebied van oorsprong in het wild voor. In Friesland zijn er mensenhanden aan te pas gekomen om de soort te kweken.
Landelijk gezien was de voorjaarshelmbloem vrij zeldzaam, maar tegenwoordig is het een van de meest voorkomende stinzenplanten.De plantjes groeien vaak met duizenden bij elkaar. Ook in Engeland, Denemarken en Zuid-Zweden is de voorjaarshelmbloem wellicht door de mens aangevoerd. Sinds 1596 wordt de soort in Engeland als sierplant gekweekt.