Martenatuin

Martenatuin in Franeker
Hessel Martena, een Friese edelman, heeft er eind vijftiende eeuw alles aan gedaan om zijn stadspaleis in Franeker grandeur te geven. Dat is gelukt, want het Martenahuis is het meest indrukkwekkende Friese adelshuis uit de late middeleeuwen. Omdat het rijzige gebouw in de zestiende en zeventiende eeuw een trefpunt van geleerden en kunstenaars was, werd het destijds wel het Fries Muiderslot genoemd. Rond 1700 is het Martenahuis ingrijpend verbouwd, maar in de jaren zeventig van de vorige eeuw is het pand in de oude glorie hersteld. Ook de imposante Martenatuin is in 1972 hersteld. Het park met stinzenflora stamt uit de vijftiende eeuw en was oorspronkelijk een lusthof in Franse stijl. Waarschijnlijk was het de bekende tuinarchitect Roodbaard die de tuin omstreeks 1830 heeft heringericht in de Engelse landschapsstijl. De aanplant van stinzenflora stamt uit die periode, maar mogelijk zijn sommige stinzenplanten al voor die tijd door kooplieden en andere reizigers meegenomen. Ook nu is de Martenatuin nog steeds een echte stinzentuin door de grote rijkdom aan soorten:

Winterakoniet, sneeuwklokje, lenteklokje, voorjaarshelmbloem, holwortel, anemoon, breed longkruid, bostulp, knikkende vogelmelk, aronskelk, gewone vogelmelk, daslook, kievitsbloem en boshyacint.

Het Martenahuis is sinds 1895 voornamelijk gebruikt als gemeentehuis. Sinds juli 2006 is het pand heropend als Museum Martena, waar onder meer de collectie van het voormalige Coopmanshûs wordt tentoongesteld. De Martenatuin is tijdens winkeltijden en op zaterdagen gratis te bezoeken.