Lenteklokje

Lenteklokje

Latijnse naam: Leucojum vernum

Friese naam: Maarteblomke

Uiterlijke kenmerken / Kleur: Aan het eind van de stengel bevindt zich één hangende, klokvormige bloem, soms een tweetal. De zes witte bloemdekbladen zijn even groot (1,5-2 cm) met vlak onder de top een groene vlek. De bloeiende plant is 10-30 cm hoog. De 1–1,5 cm brede, lijnvormige bladen zitten een stompe top die vaak enigszins naar beneden gebogen is. De drie tot vier bladen zijn onderaan door enkele vliezige scheden omgeven. Aan de bloeistengel bevindt zich ook zo'n schede die uit twee vergroeide schutbladen bestaat. De bol is 2-3 cm lang. Het is een van de mooiste lentebloemen.

Periode van bloei: Februari-maart, vlak nadat de sneeuwklokjes opengaan.
 


Te vinden bij
: Schierstins Veenwouden, Attya-state Swichum, Dekema State Jelsum, Jongema-state Raard, âld hôf in Wolvega, de pastorie in Eastermar, Rinsmastate Driezum

Land van herkomst: Midden-Europa

Het lenteklokje is lastig te kweken, maar komt al sinds 1420 in de tuinen voor. Een van de mooiste vindplekken van het lenteklokje is in Wolvega. Landelijk gezien is het een zeldzame soort die beperkt is tot buitenplaatsen. Het plantje is in ons land op natuurlijke standplaatsen nu uitgestorven en komt alleen nog voor bij stinzen. Het oorspronkelijke Middeneuropese areaal sluit daar vrijwel op aan, evenals dat bijvoorbeeld bij de holwortel het geval is. Ook in Engeland, Frankrijk (buiten de Vogezen), België, Noord-Duitsland, Denemarken, en Zweden komt het lenteklokje tegenwoordig uitsluitend op door de mens gecreëerde standplaatsen voor.