Knikkende vogelmelk

Knikkende vogelmelk

Latijnse naam: Ornithogalum nutans

Friese naam: Grutte gersstjer

Uiterlijke kenmerken / Kleur: De bloemtros van de knikkende vogelmelk is vaak enigszins naar één kant gekeerd. De bloemen van deze plant, die een lengte van 2-3 cm hebben, staan in het begin van de bloei rechtop. In een later stadium zijn ze knikkend. Aan de vrij losse tros komen vier tot tien witte bloemen. De zes bloemdekbladen vertonen aan de rugzijde een brede groene middenstreep. De bladen, die een lengte tot 50 cm krijgen en 3-10 mm breed zijn, hebben een witte middenstreep en een vrij stompe, kapvormige top. Ze zijn meestal grootvormig. De zaden van de plant, die een hoogte heeft van 20-50 cm, worden door mieren verspreid.

Periode van bloei: April tot mei
 


Te vinden bij
: Achter de Hoven in Leeuwarden, Goutum, Huis ten Bosch in Burgum, Dekema State in Jelsum

Land van herkomst: Zuid-Europa en Klein-Azië

Knikkende vogelmelk is oorspronkelijk inheems in Zuid-Europa, maar over de exacte plaats bestaat verschil van mening. Volgens de één is dit Italië en volgens de ander het voorland van de Alpenrijnen en volgens weer een ander het zuidoostelijk deel van het Balkanschiereiland.
De plant is al sinds de middeleeuwen bekend van tuinen, waar de plant onder gunstige omstandigheden ('roering des gronds') zo gemakkelijk verwildert, dat het zelfs wel eens als onkruid is aangeduid.
In Nederland komt ze vrijwel uitsluitend als stinzenplant voor op landgoederen vlak achter de kust. De grond bestaat uit voedselrijke, vochtige, kalkhoudende grond in loofbossen. Buiten de kuststrook en in België komt ze niet of slechts sporadisch voor.
In Nederland is de plant beschermd in het kader van de Flora & Faunawet. Ze is hierin opgenomen op de lijst met beschermde inheemse plantensoorten. Waar de gewone vogelmelk zich vooral vegetatief voortplant, zet de knikkende vogelmelk ook goed zaad en verspreidt zich ook door zaadverspreiding.