Holwortel

Holwortel

Latijnse naam: Corydalis bulbosa

Friese naam: Holwoartel

Uiterlijke kenmerken / Kleur: Lijkt op voorjaarshelmbloem, maar is forser (15-30 cm hoog). De plant heeft bloemen van 2-3 cm lengte met een stompe spoor die aan de top naar beneden is gebogen. De kleur is vaak donkerder dan de voorjaarshelmbloem, namelijk paarsrood. Lichter paars en wit komen ook voor. Onder iedere bloem bevindt zich een schutblad met gave randen. De vruchtsteel is veel korter dan de vrucht zoals die is te zien bij de voorjaarshelmbloem. De knol is in het onderste deel hol (vandaar de naam) en kan wel 10 cm groot worden.

Periode van bloei: April, twee weken na de voorjaarshelmbloem
 


Te vinden bij
: Notaristuin in Kollum en nog veel meer plekken

Land van herkomst: Midden-Europa

De holwortel maakt er ieder voorjaar een bont spektakel van, want er komen twee kleuren voor: de witte en de paarse. In de notaristuin in Kollum staan er zo veel, dat er in het voorjaar onder de bomen een honinglucht hangt. De holwortel is familie van de helmbloem. Oorspronkelijk komt de holwortel uit Midden-Europa en Italië. Ook in Rusland en op de Balkan komt het plantje in het wild voor.
Opvallend is hoe snel de planten ieder voorjaar tot bloei komen. In enkele dagen tijd lijken de planten vanuit het niets te verschijnen.

Aan de zaadjes zit een wit zoet pakketje die daarom door de mieren in trek zijn. Zo zorgen de mieren voor de verspreiding. De zaadjes kiemen pas het volgend voorjaar. Het kiemplantje heeft maar één blaadje, het kiemblaadje.
Zijn naam heeft de holwortel te danken aan de vorm van de knol. Het is een aardappelachtige, grillig gevormde knol die van binnen hol is. De vorm van de oudere knollen is vaak piramidaal, waarbij de plant groeit uit het puntje. Ze zijn heel broos en breken gemakkelijk af, omdat ze hol zijn en een vrij dunne wand hebben. Oude knollen kunnen bijna vuistgroot worden.