Gevlekte aronskelk

Gevlekte aronskelk

Latijnse naam
: Arum maculatum

Friese naam: Aronstsjelk

Uiterlijke kenmerken / Kleur: De 15 tot 45 cm hoge plant is voorzien van twee tot drie pijlvormige bladen. In de grond bevindt zich een knolvormige wortelstok. De bladen verschijnen in het voorjaar en zijn niet bleek geaderd, zoals bij de Italiaans aronskelk, maar ze hebben wel bruinachtige vlekken. In deze bleekgroene bloeischede bevindt zich een bloeikolf waarvan het bovenste deel knotsvormig en paars of loodgrijs is. In de bloeikolf zitten de vrouwelijke bloemen onderaan. Daarboven zitten geslachtloze bloemen, hierboven mannelijke en ten slotte weer geslachtloze. De bloemen verspreiden een onaangename aasgeur die kleine muggen aanlokt, soms honderden tegelijk. Deze kruipen in de bloeischede naar binnen en vallen langs de gladde wand in het ketelvormige onderste deel. De mugjes kunnen wel naar binnen komen, maar niet naar buiten, vanwege stijve haren. De motmugjes kunnen na één of meer dagen ontsnappen nadat de stijve haren zijn verslapt om beladen met stuifmeel een andere bloeikolf op te zoeken. De bladen sterven na de bloei spoedig af. In de herfst prijken aan de bloeistengels helderrode bessen. De gehele plant is zeer giftig.

Periode van bloei: April en mei



Te vinden bij
: Bolwerk in Franeker, Leeuwarden, Sjoerda-State in Giekerk, Cornjum en Beslinga-state in Friens

Land van herkomst: Centraal en Zuid-Europa

Sinds de middeleeuwen wordt de gevlekte aronskelk als geneeskruid gekweekt. De plant is oorspronkelijk inheems in loofbossen en onder de heggen op voedsel- en kalkrijke, vochtige gronden in Zuid-Limburg en in het oostelijk deel van het rivierengebied. De plant komt in een groot deel van Europa voor, noordwaarts tot in Schotland en Denemarken.
Na de bevruchting takelt de plant geleidelijk-aan af. Eerst verdroogt de 'opgebrande' bloeikolf en valt af. Ook de bloeischede verwelkt en vergaat. Tegen de zomer gebeurt hetzelfde met de bladeren. De overblijvende groene stengel (met de zich ontwikkelende zaden en vruchtjes) kan echter nog assimileren en energie leveren voor de vruchtvorming. In de nazomer zijn de vruchten rijp: glanzende oranjerode bessen die samengepakt zitten rond de oude kolfbasis. Soms worden de bessen door enkele soorten vogels (zoals merels) gegeten, maar vaker nog vallen ze ongegeten af en gaan ten gronde. In onze streken vermeerderen aronskelken zich gewoonlijk door deling van de knollen.