Bostulp

Bostulp

Latijnse naam: Tulipa sylvestris

Friese naam: Wylde tulp

Uiterlijke kenmerken / Kleur: Aan de top van een 20-50 cm hoge stengel die twee of drie bladen draagt, verschijnt in de bloei een gele bloem van 3-5 cm lengte. De toppen van de drie buitenste bloemdekbladen zijn teruggekromd. Vóór de bloei zijn de bloemen knikkend, in een later stadium staan ze rechtop. De bloeistengels krommen zich 's nachts en als het regent. In de grond bevindt zich een 2 cm grote bol. Merkwaardig is dat dit bolgewas lange uitlopers maakt aan de top waarvan een nieuw bolletje wordt gevormd. Vaak bloeit er op een bepaalde plaats maar een klein aantal planten, maar meestal staan er dan op die plek veel niet-bloeiende planten elk met één blad. Het spitten, ploegen of schoffelen kan een gunstige uitwerking hebben, vaak bloeien de tulpen daarna uitbundig.

Periode van bloei: April of mei
 


Te vinden bij
: Ferwerderadeel, Weidum, Leeuwarden, Huizum, Stiens, Jelsum en Cornjum.

Land van herkomst: Zuidoost-Europa

De bostulp is al sinds de tweede helft van de 18e eeuw één van de mooiste planten van Friesland. De naam is verwarrend, want 'sylvestris' betekent bosbewoner, terwijl deze tulp het mooist bloeit in open grasland. De plant komt voornamelijk op buitenplaatsen voor op vochtige, voedselrijke, kleiige grond.
De plant is ook bekend uit wijngaarden in de Elzas, waar vroeger uitgestrekte hellingen geel gekleurd waren door bloeiende tulpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen maakte hieraan een einde. Een enkele keer komt een vroege populatie weer boven, zoals in Leiden in een tuin (buiten de stingels) die eens had behoord tot het terrein van de buitenplaats Vreewijk. Nadat een nieuwe eigenaar in 1963 de grond was gaan bewerken, merkte hij tot zijn grote verbazing dat een jaar na het harken en spitten een aantal bloeiende bostulpen verscheen.
De oudste vermelding uit ons land is die van Maastricht in 1811 en wel 'dans les fortifications'. Hoe sterk de binnendring is van de bostulp aan oude buitenplaatsen, blijkt uit een omschrijving van de groeiplaatsen in de Promodus Florae Batavae (Editio Altera, 1916). Hierin wordt expliciet vermeld dat deze plant vrij veel voorkomt 'bij oude lusthuizen, zelfs dan wanneer van het huis niets meer te vinden is'.
De bostulp, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid- en Zuidoost Europa, is door de menselijke cultuur in een groot deel van Europa verspreid en ingeburgerd. Vermoedelijk is ze in de tweede helft van de zestiende eeuw vanuit Bologna als sierplant doorgevoerd tot in Centraal- en Noord Europa.