Boerencrocus

Boerencrocus

Latijnse naam: Crocus tomassinianus

Friese naam: Krookjes

Uiterlijke kenmerken / Kleur: De plant heeft smalle bladen (2-4 mm breed) en behaarde helmdraden. De bloemdekbladen gaan geleidelijk over in witte buis, bij zonneschijn staan ze stervormig uit. Een boerencrocus is van binnen lila of lavendelblauw en van buiten grijsachtig.

Periode van bloei: Februari of maart



Te vinden bij
: Van de vele vindplaatsen is Epema-state Ysbrechtum de mooiste

Land van herkomst: Zuidelijke Balkan

De boerencrocus heeft een fijnere bouw dan de gewone crocus en bloeit eerder. In de zon staat de bloem wijd open als een ster. In de eerste helft van de 19e eeuw zijn de planten via de handel in terpgrond ook in weilanden terecht gekomen.
De plant is genoemd naar de botanicus Tommasini uit Triëst, die de Dalmatische flora bestudeerde. In het wild heeft de plant een opvallend klein areaal: uitsluitend in het zuiden van Servië en Montenegro, Hongarije en het noordwesten van Bulgarije. De plant groeit daar in bossen en op beschaduwde hellingen, vooral op kalksteen, op een hoogte tussen 1000 en 1500 meter. De bloeitijd volgt op het smelten van de sneeuw. De wilde vorm is moeilijk te verkrijgen bij de bollenhandelaren in ons land. Meestal worden cultuurvariëteiten met donkerder bloemen aangeboden.