Beplantingstypen

Beplantingstypen en beheer

Het ene stinzenmilieu is het andere niet, ondanks de overeenkomsten en basisvoorwaarden voor stinzenplanten. Het beplantingstype van het terrein bepaalt grotendeels welke soorten er gedijen. De ene voorjaarsbloeier doet het uitstekend in een bosachtige vegetatie, terwijl de andere soort vooral floreert in een grasvegetatie. En dan is het succes ook nog afhankelijk van het beheer, want elk beplantingstype vraagt om passende maatregelen. Onderstaand worden daarom vier beplantingstypen onderscheiden, elk met tips voor beheer én een overzicht van (Friese) soorten die zich thuisvoelen bij juist dat type.

Bos
Strooiselruigte/bosrandvegetatie
Hooigazon
Hooiland


Het bos:
Boomgroepen of grote solitaire bomen met een lage kroon, met daaronder beplanting van heesters of kruiden.

Voor gazongrassen is het op deze plaatsen te donker. Bosgrassen doen het wel, maar zullen weinig blad vasthouden. In veel gevallen is er alleen maar een strooisellaag, maar als er wat licht op de bodem valt, krijg je her en der onderbegroeiing die er in tijden van harde wind voor zorgt dat de bladlaag blijft liggen om te kunnen verteren ter stimulering van het bodemleven.

Beheertips:
Stimuleren van onderbegroeiing door het verwijderen van boomopslag. Indien nodig het dunnen van de kroonlaag, zodat er plaatselijk meer licht op de bodem valt (dat komt de variatie in onderbegroeiing ten goede).
Gevallen bladeren en takken niet verwijderen. Sterker nog: indien nodig zelfs de bladeren die op de grasvelden liggen tussen de struiken blazen.

Soorten stinzenflora die het goed doen in het bostype zijn onder meer breed longkruid, knikkende vogelmelk, lenteklokje, sneeuwklokje, vingerhelmbloem, holwortel, gevlekte aronskelk, Italiaanse aronskelk, daslook, bosanemoon en de gele anemoon.


De strooiselruigte of bosrandvegetatie:
Een zeer dunne grasvegetatie op beschaduwde plaatsen, met name op de overgang van het bostype naar grasvegetaties. Komt ook voor onder solitaire bomen en boomgroepen.

Beheertips:
Op rijkere gronden is eenmaal per jaar maaien en afvoeren van het maaisel geboden. Dit gebeurt eind juni, begin juli of zelfs in september, mits niet tè veel verruiging optreedt.
Doordat deze begroeiing 'lang' de winter ingaat, houdt ze redelijk wat blad vast. Dat is goed, maar de bladlaag mag niet al te dik zijn, anders kan de onderbegroeiing verstikken. Let er dus op of de bladlaag in het voorjaar helemaal is verteerd.

Net als bij het bostype doen de volgende soorten stinzenflora het goed in een bosrandvegetatie: daslook, bosanemoon, gele anemoon, Italiaanse aronskelk, gevlekte aronskelk, holwortel, vingerhelmbloem, winterakoniet, sneeuwklokje, lenteklokje, knikkende vogelmelk, breed longkruid en de bostulp. Maar ook de boerenkrokus voelt zich thuis in een bosrandvegetatie.


Hooigazon:
Een combinatie van hooiland en gazon.

Normale gazons zijn niet geschikt voor stinzenflora, omdat de planten zullen afsterven door het vele maaien. Hooigazon is een type gras dat wel geschikt is voor de voorjaarsbloeiers, mits er sprake is van aangepast maaibeheer.

Beheertips:
Pas rond half juni de eerste maaibeurt plannen, zodat de stinzenplanten de gelegenheid hebben om zaad te vormen en daarna af te sterven.
Na de eerste maaibeurt het maaisel afvoeren. Vervolgens kan het gras net als normale gazons wekelijks of tweewekelijks meegemaaid worden, zónder het maaisel af te voeren. Hierdoor worden tevens de ruigtekruiden teruggedrongen.
Blad kan worden geruimd, want het korte maaisel draagt bij aan de humuslaag in de bodem.

Soorten stinzenflora die zich thuisvoelen op hooigazon zijn onder meer de bostulp, Haarlems klokkenspel, wilde narcis, sneeuwklokje, boerenkrokus, winterakoniet, gele anemoon en gewone vogelmelk.


Hooiland:
Er is onderscheid te maken tussen nat en droog hooiland. Bij nat hooiland is er natte perioden sprake van een drassige situatie. Een stinzenmilieu is niet te droog, maar ook niet te nat.

Beheertips:
Twee maal per jaar maaien: half juni en eind september. In beide gevallen het gras zorgvuldig afvoeren.
In november het blad eenmalig ruimen om te voorkomen dat het gras stikt. Al het blad dat daarná valt, kan blijven liggen.
Een maand vroeger maaien is een optie voor sommige gebieden, bijvoorbeeld om een goede herbloei van margrieten te realiseren. Dit kan echter alleen als er stinzenplanten staan die zeer vroeg bloeien!

Op hooiland gedijen onder meer de volgende stinzenplanten: adderwortel, wilde narcis, bostulp en de boerenkrokus, gele anemoon en gewone vogelmelk. Het Haarlems klokkenspel doet het voornamelijk goed in schrale grasvegetaties en redt het meestal niet in een te zware grasconcurrentie.