Beheer

Behoud en beheer van stinzenflora

Op bepaalde historische locaties in Friesland bloeit al eeuwenlang elk voorjaar stinzenflora. Dat betekent echter niet dat beheerders en eigenaren er geen omkijken naar hebben! De planten gedijen alleen in een specifiek stinzenmilieu en dat zijn plekken waar natuur- en cultuurwaarden nauw met elkaar zijn verweven. Van oorsprong komen de voorjaarsbloeiers uit bossen en bergweiden in Midden- en Zuidoost Europa. De stinzenplanten konden in ons land alleen overleven op plekken waar door langdurig menselijk ingrijpen een andere bodemstructuur is ontstaan...

Wat stinzenflora nodig heeft, is een luchtig, kalkhoudend en goed gedraineerd mengsel van voedselrijke, humushoudende grond die snel is op te warmen. Bovendien is samenwerking met andere organismen noodzakelijk voor het overleven van stinzenplanten. Denk bijvoorbeeld aan bodemschimmels voor het opnemen van voedingsstoffen en mieren voor de verspreiding van zaden. In Friesland zijn weinig plekken waar dit bodemleven van nature voorkomt, maar de dichte kleigronden rondom buitenplaatsen zijn vroeger luchtiger gemaakt door menselijk ingrijpen als: spitten, harken, aanzanden, schoffelen, vijvers graven, kunstmatige heuveltjes aanleggen en bemesting met bijvoorbeeld turf, vergaan blad of bagger uit de vijver.

Gezien de noodzaak van het stinzenmilieu voor het voortbestaan van stinzenflora moet het beheer gericht zijn op de hele levensgemeenschap, dus niet op afzonderlijke soorten. Maar wat is de beste manier om het stinzenmilieu in stand te houden? Daarover verschillen de meningen. In de praktijk blijkt de situatie ter plekke bepalend voor welke methode succesvol is. Iedere beheerder zal dus op basis van bodemtype, vegetatie, historie, aanwezige stinzensoorten en plaatselijke omstandigheden proefondervindelijke moeten vaststellen wat de beste manier van beheer is. Op deze website vindt u een aantal handreikingen en basisregels:

Bodemleven:
Voorwaarden voor een gezonde, levende bodem.

Basis van beheer:
Algemene beheermaatregelen stinzenflora.

Beplantingstypen en beheer:
Vier vegetaties + aansluitende beheertips.

Aanleg en restauratie:
Creëren van een gezonde stinzenvegetatie.